Blog 64 (06-07-2025)

 

Diepgaande gevolgen voor het bewustzijn

Om nog eens, op een andere wijze de scheiding die wij ervaren, door in ons denken het ik-concept los te zien van onze elementaire afkomst, die tenslotte een wezenlijk onderdeel is in de eenheid van het totale universum, te verduidelijken. Om het in het geheel te kunnen doorgronden is een ontrafeling nodig, die deels overeenkomt met de filosofische en fysische interpretatie van de waarnemer en het waargenomene.  Het zijn, schreef ik in de vorige blog over dit onderwerp, geen tegenoverliggende delen, maar vormen een eenheid. Echter in het denken van de mens worden deze delen niet als eenheid gezien wat de kenmerkende scheiding tot gevolg heeft. Het probleem van deze dualistische scheiding, die we ook de deling van object/subject kunnen noemen zou, als we niet naar de oude Indiase wijsheden konden teruggrijpen, het kenmerk kunnen hebben van een “hard problem’', een term die aangeeft dat de verhouding van deze twee moeilijk op te lossen is. Toch zijn het juist de ontdekte eigenschappen van de deeltjes fysica, die vooral op psychologisch/neurologisch terrein, deze interpretaties nodig heeft om tot een algemene begripsvorming te komen. Daarvoor zullen we het realistisch/materialistisch denkpatroon evenwel moeten loslaten. Maar het loslaten van de hardnekkige veronderstelling die daarmee verband houdt, dat we allemaal zelfstandige individuen zijn, is voor de meesten van ons een brug te ver. Dat het zelfbewustzijn voor de persoonlijke ego-identiteit wordt aangezien, die vervolgens de scheiding tussen het ik en de ander oftewel waarnemer en waargenomene teweegbrengt, lijkt een onoverkomelijk te slechten hindernis. Het denken, die het ego voorziet van een afzonderlijke individualiteit van het lichaam/geest mechanisme, is niet makkelijk bereid daarvan af te zien omdat het zorgt voor de belangrijkste levensverzekering van het zelf in de zucht naar behoud van de door het ego aanvaarde constructies. Deze bedenksels zorgen, zoals de al eerder genoemde Ramesh Balsekar het stelt, voor de hoedanigheden die de mens al eeuwen in het verderf storten.

Zoals gezegd is de ontrafeling van dit probleem uiterst complex omdat de accenten op het individuele en het door het ego aangespoorde zelfbewustzijn komt te liggen. Daarmee is de focus gericht op de tweeslachtigheid van bestaan, de reflectie van het zelf en het al aangegeven onderscheid tussen het ik versus de ander. Het is een kunstmatig arrangement die wortelt in het denken en door het zelfbewustzijn een dwangmatig en zelfverzekerd karakter krijgt. De waarnemer, die de mens veronderstelt te zijn, heeft geen afzonderlijke inhoudelijke betekenis. Het voegt het waargenomene of de ervaringen van het leven slechts samen met de waarnemer. De zelfverzekerdheid, die door de mens hoog wordt gewaardeerd, is niet meer dan een aangeleerd project van slim aangewende constructies, gemanipuleerde conditionering en handig geselecteerde kennis. De persoonlijkheid is dus een geaccepteerd echec die eigenlijk niet kan bestaan als zelfstandige entiteit. Binnen de illusionaire werkelijkheid gaat de mens dat redelijk af, de een beter dan de ander en worden extremen in deze tijd zelfs als een kwaliteit beoordeeld. De medemens, in zijn voorstelling van de objectieve verschijningvorm, vertegenwoordigt voornamelijk een afwijkend beeld van het zelf, maar dat valt meestal pas op als de extremen buiten de geaccepteerde consensus opduiken. Hoewel dat ook een oprekbaar begrip is en zich makkelijk onder invloed van het geprojecteerde ego in eigen opvatting is om te buigen.

Het waargenomene en de waarnemer zijn dus elkaars gelijke. De fysica heeft opgemerkt dat er onomstotelijke bewijzen zijn die het verschil tussen beide begrippen wegnemen, wat zichtbaar is in het zogenaamde deeltjes gedrag. Met andere woorden: we maken een onderscheid tussen bewustzijn (de oergrond van het bestaande) en het gefocust bewustzijn (de deling van subject/object), die door het dualisme wordt veroorzaakt. We zullen het in een voorbeeld proberen te duiden. De superpositie van mogelijkheden, die zich in een golfpatroon door de hersenen verplaatsen, veroorzaken niet in alle gevallen een verval, wat doorgaans betekent dat er sprake is van een situatie van veronachtzaming van bewustzijn. Komt de superpositie van mogelijkheden wel tot verval, dan kan het zomaar leiden tot de opkomende vraag van ‘wat ben ik en wat doe ik hier’? Een toestand die Freud een vraag van het onbewuste noemde maar echter niet de gehele waarheid betrof, omdat het een paradox inhoudt. Want alleen gefocust bewustzijn zorgt voor verval en verreist eenvoudigweg een georiënteerd bewustzijn, al dan niet in de keuze van de opdeling  subject/object. Echter hoe kan het verval plaatsvinden als er twee mogelijkheden zijn of wanneer de keuze niet gemaakt kan worden? De kwantumfysica denkt dat het zo zit, dat de deling subject/object zich ook kan voltrekken door middel van afhankelijkheid en gelijktijdigheid (al eens behandeld in blog 49).

De fysicus Amit Goswami,  die er wel een filosofisch concept aan vastplakt, beschrijft in zijn boek ‘Het Visionaire Venster’, dat het subject, het exponent ervan, zoals hij het noemt, het KwantumZelf is, dat refereert aan de non-lokale aspecten die in de diepere lagen van het Bewustzijn verstopt zitten. Dat Zelf, wat we ook de ziel kunnen noemen, interfereert met bewustzijnsprocessen in het dagelijkse bestaan, waardoor verval weliswaar tot stand kan komen, maar dan in afhankelijkheid met andere objecten van het gefocust bewustzijn. De opdeling van waarnemer en waargenomene is dus schijnbaar waardoor er geen werkelijk dualistisch concept is, maar een schijnvoorstelling weergeeft. Het laat daarmee zien dat het onbegrensd Bewustzijn, waar subject en object uit bestaat, een vereenzelviging vertegenwoordigt met zowel de subjectieve als objectieve pool van de te ervaren dualiteit. Dat zorgt voor een dualistische werkzaamheid van het individu. Echter de mens, met zijn intellectuele interpretaties, ziet zichzelf per vergissing als gescheiden van de objecten van zijn ervaring. Deze aansturing is een gevolg van een overmatige waardering van het denken en de daarmee verband houdende sturende ontwikkeling van de zelfidentiteit (ego).

Bij wijze van spreken, wordt dus door het zelf een vergissing gemaakt die de identiteit van het individu voorstelt als een entiteit met een eigen bewustzijn die zelfstandig in zijn hersencircuit circuleert. Het houdt geen rekening met het andere deel van het zelf die grotendeels in het onbewuste afspeelt. Het individu beziet de wereld subjectief als een object, maar dan zou er geen indrukken kunnen worden ervaren, vanwege het feit dat het ego noodzakelijk moet deelnemen aan zelfreferentie. De individuele ervaring, die via de verstrengelde hiërarchie waarin object/subject geen deling toestaat, komt daarmee tot realisatie. Deze opvatting werd in de fysica opgemerkt toen men besefte dat het meetinstrument waarmee de kwantumgolf werd gedetecteerd, zelf ook een kwantumobject wordt. Alles wat aan het meten voorafgaat loopt dus het risico zelf in het meetproces te worden betrokken en wordt in die hoedanigheid een onderdeel van de kwantummeting en kan op die manier dus wel of niet (in zichzelf) tot de werkelijkheid vervallen. 

Allereerst en dat is een logisch patroon, is het van belang dat we inzien dat ons bewustzijn opgedeeld is in een bewust deel, wat het aardse bestaan raakt en een onbewust deel, het non-lokale (buiten de driedimensionale werkelijkheid). Omdat we van het laatste geen weet hebben, worden meeste gevoelsuitingen stelselmatig genegeerd of niet herkend, waardoor alle oorzakelijke kracht van het Hogere Zelf, de Ziel, een onopmerkzaam spoor in het leven trekt. De al eerder genoemde uitsplitsing van de ervaring door het verstandelijke deel van het geadopteerde zelf en het zintuigelijke bestaanscomponent tezamen, zorgt voor het standaardbegrip van object/subject projectie. Want als we kijken naar het subject in de opdeling object/subject, dan ontkomen we niet aan vereenzelviging van de veronderstelde materiele behoeftes die in het leven voor de enorme aantrekkingskracht van de illusoire werkelijkheid zorgen. Voor veel mensen is deze verschijningsvorm, de automatische stroom van het leven, een dualistische afhankelijkheid. Het valt ook niet echt op omdat de medemens in zijn gecreëerde wereldbeeld gelijksoortige opvattingen koestert.

De fysicus Amit Goswami zoekt naar antwoorden, hoe de huidige wetenschappelijk kosmologische opvattingen (Kosmologie=logos), (van het realistisch-materialisme) te rijmen zijn met de aloude metafysische waarheden. Dat doet hij als wetenschapper omzichtig omdat hij beseft dat er in de wetenschappelijke wereld nogal weerstand bestaat door de vastgeroeste opvattingen die al tijdens de Verlichting tot stand kwamen. In deze zienswijze wordt er vrijwel geen ruimte toegestaan om het door het Monistisch Idealisme ontwikkelde idee van het creatief universum te omarmen. Het dualistisch beginsel die voor deze weerstand zorgt, biedt geen creatieve oplossingen aan. Goswami laat evenwel zien dat de opvattingen in de wetenschap, maar ook in de religie, weliswaar logisch lijken maar niet compleet zijn. In zijn beschrijving wordt het duidelijk dat integratie van beide opvattingen niet tot stand kan komen wegens het ontbreken van creatief inzicht waar een essentieel gebied van het bewustzijn uit bestaat. In geval van de wetenschap wordt in het zoeken naar materialistische verklaringen binnen het kwantumraamwerk, aangenomen dat creativiteit pur sang nooit tot ontdekkingen binnen het wetenschappelijk kader zou kunnen leiden. Zoals ook de religie vasthoudt aan de dogma’s in de overtuiging dat creativiteit nooit tot een eenheid met het Goddelijke in onszelf tot stand kan brengen. Goswami die veelvuldig het woord kwantum in de mond neemt, stelt het zo voor: het bewustzijnsproces die de creativiteit aanstuurt, doorloopt vier stadia. a. voorbereiding (leren wat bekend is); b. incubatie (de onbewuste verwerking van mogelijkheden); c. inzicht (de sprongsgewijze of discontinue ontdekkingen binnen het zelf. Zoals de fysica stelt, dat het verval tot stand komt na waarneming, wat altijd een bewuste ontknoping oplevert; d. manifestatie (die tot ontstaan van een product of resultaat leidt). Waar a en d primair op het ego gerichte processen zijn, kunnen we in b en c de kwantumnatuur ontdekken. Onbewuste verwerking verloopt via verveelvoudiging van kwantumsuperposities van mogelijkheden: het verwerkingsproces voltrekt zich, maar zonder aanleiding te geven tot verval, zonder overigens dat het ego het beseft. Het is een discontinue creatief proces van inzicht en wordt de ontdekking (van het nieuwe) die voor verval zorgt. Hier is het kwantumzelf de voornaamste drijfveer. Voorbereiding en manifestatie vereisen zowel het ego als de zelfidentiteit; in feite geldt dit voor alle stadia van creativiteit. De constatering van Goswami is dan ook dat de ontmoeting tussen het ego en het Kwantumzelf (Ziel), een creatieve sprong betreft.

Wij vertrouwen in de realistisch-materiele opvatting van onze zintuigelijke waarneming van objecten. In de wereld van verschijnselen is dat meestal een primaire optie om jezelf te vrijwaren voor allerlei hinderlijke omstandigheden. Dat is rationeel ook goed te verdedigen. Wij nemen waar en zien dat als de norm van wat iets is en daarom is ook wat we niet kunnen waarnemen ook niets kan zijn. We zien onze waarnemende zintuigen dus als alles, terwijl het toch beperkt is. Waarom nemen we een object of gebeurtenis waar? Omdat het voordoet in de driedimensionale ruimte waarin we ons bevinden. Het is duidelijk dat buiten onze waarneming, in een andere dan de driedimensionale ruimte waarin het object zich bevindt, buiten die dimensie afspeelt. Waarom wordt dat zo ontkent, wat eigenlijk ook zo logisch lijkt? Het vormt de basis van hetzelfde probleem, omdat onze waarneming onvolledig is. Het totaal van de objecten van waarneming inclusief ons eigen lichaam bevinden zich niet binnen het volume van alle objecten samen. Dat houdt in, dat de waarnemer het subject is van het waargenomen object, maar ook dat hij zichzelf niet kan waarnemen als subject binnen de drie dimensies van volume. Het waarnemend object moet zich dan op afstand bevinden voorbij de drie dimensies. Dat kan alleen zo zijn als het buiten de dimensies van tijd/ruimte bevindt. Wij denken dat we het volledig waarnemen, maar we begrijpen niet dat het door onze beperking daaraan voorbijgaat, een gemist punt in de volledigheid, zodat het door het denken wordt genegeerd. We zien er niets in omdat het geen referentie met onze driedimensionale werkelijkheid heeft. De mens sluit zich af van het bewustzijn dat ongedefinieerd is (alles wat is), omdat het zich identificeert met het psychosomatisch apparaat (het totaal van lichamelijke functies inclusief het brein), zodat alleen de functionele lichamelijke waarneming overblijft. De mens vergeet dus dat gewaarzijn, de werkelijke aard van waarneming is. Dat betekent dat zintuigelijke waarneming die tot ons komt, in de verdergaande staat van gewaarzijn ons ook bezinning kan brengen. Maar vanwege de opdeling in object/subject ziet het zichzelf als afgescheiden van zijn oorspronkelijke zelf en wordt de verstandelijke zelfreferentie de enige optie. Dan wordt ontkenning van het subject onvermijdelijk. Dit is het meest wezenlijke, onbegrepen waarheid van ons bestaan.

Bewustzijn waaraan de evolutie is onderworpen, is de evolutie van alles wat bestaat of de algehele staat van zijn. Echter noodzaak om te veranderen zit niet in de natuur van de mens, maar in het verlies van de door het ego aangestuurde belangen die uitsluitend zelfverklaarde, persoonlijke kenmerken in zich dragen, leveren een steeds grotere onvrede en innerlijke frustratie op als het gestreefde doel niet gehaald wordt of de chaos om hem heen voor veel onrust zorgt. Het geconditioneerde deel, wat in grote mate de vorm van ons leven bepaalt en soms tot problematische gevolgen komt, zit in het semi bewuste. Dat geldt evenzo voor vele religies die de afscheiding in de relatie van mens tot mens, maar evenzeer tot God, openlaat en daarmee de invloed van het Hogere in de mens beperkt tot een louter dogmatische kwestie. Tenzij er creatieve ruimte ontstaat voor inzicht waardoor een koppeling met het onbewuste kan ontstaan. Daar is geen onderscheidend denkvermogen voor nodig, behalve de aanvaarding van het besef dat de ontwikkeling van het bewustzijn, die van hogerhand bepaald is, tevens ook een is waar groei en levensbestemming op neerkomt. Maar het geeft ook aan dat de zoektocht naar kennis van al deze processen ook een eerste stap naar het begrijpen kan zijn over de essentie van het leven.

Regelmatig transformeert dit onbewust ervaren een angstbeeld en stuurt sommigen van ons de verkeerde kant op, naar een opgedrongen vermoeden van een goddelijke macht waarvan veronderstelt wordt dat het iets over ons lot te zeggen heeft. Welke naam deze vorm ook heeft of wat het belang of macht is die deze theologische dogma’s uitdragen, doen niet ter zake. Het wordt door vele volksstammen nog steeds beschouwd als een externe kracht die in staat is alles persoonlijk te reguleren over de ongrijpbare factoren, zoals kans en geluk. Niet toevallig in het tijdperk van secularisatie zijn dat juist de factoren die het liberalisme heeft aangegrepen om te propageren dat het vervullen van persoonlijke belangen het individu kan verrijken. Of we het in de volksmenner zien of in een geloofsrichting, we menen deze supermacht veel toe te schrijven. Het dringt niet door dat het een concept is in eigen geest, niet meer dan een mentaal product. Het zorgt er ook voor dat de mens in arren moede de veronderstelde hogere macht de schuld geeft van zijn onheil, die wij zelf creëren. Het antwoord daarop is simpelweg dat het probleem teweeg is gebracht door de afscheiding waar de mens zelf voor zorgt. De waarnemer en het waargenomene vormen dus een werkelijkheid, die de eenheid deelt met de rest van het universum.

 

 

Blog 63 (06-06-2025)

 

Een cluster vol misverstanden.

 

In de vorige blog heb ik een verklaring over een onvermijdelijk aankomend paradigma willen neerzetten. Het is logisch dat maar een klein deel van de mensheid om allerlei redenen dat aanspreekt en de moeite neemt om zich te willen informeren wat een dergelijke omwenteling gaat betekenen. Het bewustzijn is algemeen laag en de aandacht voor het hogere op het persoonlijke vlak meestal zwak ontwikkeld. Het menselijk areaal aan misvattingen over wie wij zijn, is bovendien enorm. Wat verder nog illustratief voor het huidige paradigma is, hoe we de constante stroom van onvermogen moeten zien, die een onmacht etaleert over de grip op het leven. Het zelf is dermate verkeerd gericht dat het ons voortdurend in de verkeerde richting op stuurt, zodat enige vorm van zelfreflectie niet van de grond komt en we ons rondwentelen in eigen gelijk. Daaraan gerelateerd is het aspect die het huidig paradigma onder druk zet, het oplopend dualisme die tot uiting komt in de praktische polarisatie van alledag. Het gedrag naar onze medemens is op allerlei niveaus in de samenleving een glijdende schaal geworden, waaruit blijkt dat we vrijwel geen enkele scrupules meer kennen. Allerlei schofferingen worden nauwelijks in een moralistisch kader geplaatst, zodat een grote bek als een belangrijke erkenning van het individu wordt gezien. Hoe dan ook, wat betekent het huidige paradigma in de persoonlijkheid van mens, wat is de ervaring in zijn geestelijk bewustzijn?

In eerste instantie stellen we ons dan de vraag, wat is de dynamiek, de structuur van onze levensinstelling, waarvan we automatisch aannemen dat het tijdens ons leven wel wordt ingericht. Als het spaak loopt worden we overspoelt door overstromingen en vele rukwinden zodat de aangenomen vanzelfsprekendheid wel erg ver weg lijkt. Ieder van ons heeft daar een eigen idee bij, gevormd door conditioneringen, ervaringen en eigengemaakte meningen. Dit alles zorgt voor een samenspel van beheerste en onbeheerste omstandigheden die in het leven een onduidelijk en mistig beeld opleveren, zodat het noodzakelijk is een persoonlijke zoektocht te ontwikkelen naar wat de reden van het bestaan eigenlijk omvat. Die aandrang wordt helaas maar door een enkeling ervaren omdat wij na de adolescentie wel klaar zijn met dergelijke vragen en er andere kwesties zijn die de aandacht opeisen. Sommige hobbels die we vervolgens in het verdere leven tegenkomen, worden  grote obstakels die we niet begrijpen, wat de aard ervan betreft, omdat we onze zintuigelijke wereld uitsluitend als norm voor de werkelijkheid zien. 

Wat is de huidige staat van het ontwikkeld bewustzijn? Het biedt nog geen tegenwicht in de keuze voor het zelf. Dat heeft niets te maken met het ontwikkeld intellect, wat op zichzelf wellicht in algemene zin op een hoog niveau kan staan, maar is een gevolg van eeuwenlang ongeïnspireerd meevaren op de stroom van maatschappelijke en sociale bepaaldheden, die de vragen van het leven nogal neutraliseren. Daarnaast zorgt de steeds hechter wordende band met de materiele genoegens van het leven eveneens voor een voortdurende bedwelming. Het levert onmiskenbaar, naast een afzwakking van het bewustzijn, ook een lager besef van moraliteit op.

Natuurlijk, het is logisch te veronderstellen dat de ontwikkeling of groei van het bewustzijn afhankelijk is van de evolutie. Een geruststellend idee misschien, maar anderzijds worden de kansen voor doorgroei naar een hoger niveau in het huidig tijdsbestek niet gezien en niet begrepen. Het blijft latent steken in een voornamelijk ondergesneeuwd landschap waar wij de dooi niet willen toestaan en het maar zo laten.

Het is echter bijzonder belangrijk om te begrijpen dat de tweedeling, die ons afscheidt van onze medemens en alle andere natuurlijke bestaansvormen, door onszelf gecreëerd wordt (zie eventueel Blog 34 - 36). We gaan hier nog een trapje hoger om uit te leggen wat het zelf voor oplossing heeft bedacht om zijn ego zoveel mogelijk in de te ervaren dualiteit tot zijn rechtvaardiging laat komen. We kunnen daarvoor de zintuigelijke werkelijkheid, de aardse illusie uiteraard niet buitensluiten, omdat het een wederkerig verband inhoudt. Immers de keuze voor het zelf is ook een keuze voor het materiele, in eerste instantie een keuze voor de veiligheid van het veronderstelde bestaan. In de illusionaire werkelijkheid van het aards bewustzijn, wordt de aanvaarding van het dualisme door het ik gesanctioneerd, omdat het uitgaat van de veronderstelling dat er een persoon is, afgescheiden van de rest van andere gemanifesteerde verschijnselen. Als je dus jezelf op deze manier beziet, wat voor de gehele mensheid zo is, als een afgescheiden entiteit, introduceer je onmiddellijk het dualisme tussen het zelf en de ander (je ‘ik’ en je medemens). Het dualisme ontkent dus de verbondenheid of onderlinge afhankelijkheid van de tegengestelde concepten, zoals subject en object. Dat is de grootste valkuil waar de mensheid volledig in gevallen is.

De verbondenheid van de tegendelen (de natuurlijke staat van dualiteit), wat iets anders is dan het dualisme, brengen harmonie en rust, net zoals je ervaart als je met vrienden of familie iets te vieren hebt of in alle rust in de tuin een mooi boek aan het lezen bent. Maar in het normale leven, buiten de zojuist beschreven exclusieve situatie, wordt de verbondenheid ontkent door de foutieve verstandelijke instructie van afscheiding, wat een pseudo-object bewerkstelligt, zodat het tegenover de ander komt te staan. Dan wordt het aanvankelijke object, waarmee zijn verschijning op aarde een feitelijkheid is, door het denken getransformeerd naar een subject, waar de vorm van disharmonie en conflict uit voortkomt. Het ‘ik’ beschouwd zichzelf daarin als onafhankelijk en autonoom, waardoor het zichzelf ziet als werkelijk subject, tegenover alle andere objecten. Het ‘ik’ houdt zich overigens niet bezig met allerlei andere verschijnselen en voert daar niet zozeer strijd tegen. Het enige wat hem interesseert is het beschermen en continueren van zijn eigen werkelijkheid. Daarin is zijn streven gelegen wat een polig belang van het zelf sorteert. Als het ‘ik’ de strijd aangaat, gaat het er altijd vanuit dat het de ander is die hem daartoe drijft. Het gaat hem niet zozeer om de overwinning, maar om het uitschakelen van zijn opponent, zodat er geen vijand meer is. Zelfs in allerlei machtssituaties wordt zo de vijand gecreëerd om uiteindelijk zijn gepositioneerde ego te bestendigen. Het is als ‘het grote Babel wat ik gebouwd heb’, volgens de Bijbelse Nebukadnezer of Poetin in de huidige tijd. Het is duidelijk dat de vijand altijd in een conceptuele betekenis figureert, omdat het ‘ik’ van zijn eigen illusionaire werkelijkheid uitgaat. Een onderdeel van het vijanddenken, het machtsdenken die veel huidige autocraten huldigen, is daarmee een verwrongen concept. Het ik-concept denkt in termen van een onafhankelijke entiteit, waardoor het afgescheiden dualisme zijn deel wordt. Het ontkennen van de polaire verbondenheid der tegendelen betekent dus afscheiding en daarmee wordt de angst ontwikkeld voor alles wat er tegenover staat, wat zich vervolgens manifesteert in strijd en ongeluk. Het ik-concept interesseert zich alleen maar voor een blijvend totaal, een hypothetisch idee van wat het te bereiken doel betreft, uitsluitend voor hemzelf in de tijd dat hij voortleeft. Hij geeft in principe niet om de ander en wil niet accepteren dat hij voor zijn eigen fictieve bestaan ook een fictieve tegenstander heeft geschapen die hem steeds lijkt te achtervolgen en in zijn bestaan bedreigt. Waar de strijd ook om gaat, de basisbehoeften, het vergaren van rijkdom of status, het redden van de natie, zijn doel is steeds gericht. In essentie is het dus primair een gevecht om zijn bestaan om doelen te bereiken en die binnen zijn bestaan veilig te stellen.

Sommigen denken dat het een puur instinctieve aandrang betreft. Aanvankelijk, miljarden jaren geleden wellicht wel, maar in de huidige ontwikkeling van het verstandelijk denken, geldt dat nauwelijks meer. Ook toen kwam de noodzakelijkheid om je medemens te bestrijden voor, maar was het eigen belang voornamelijk een groepsbelang. In de tijd dat de mens nog volgens zijn instincten leefde, was het voldoende om gezamenlijk in leeftocht te voorzien. Maar een ander effect is een residu daarvan, namelijk het gevecht tegen de vergankelijkheid. De mens ziet zichzelf in zijn vergankelijkheid kwetsbaar, als een eenzaam dwalende enkeling die onmogelijk kan begrijpen dat het afgescheiden denken juist een enorm misverstand is en dat we juist afhankelijk zijn van alle wezenlijke tegenstellingen. Door het denken ingestelde afwijzing daarvan zien wij vijanden in alles wat binnen onze eigen waarneming bestaat en zijn we eigenlijk onze eigen vijand geworden.

De Oorspronkelijke Werkelijkheid wat je als je Hogere Bron kunt omschrijven, het non-lokale of wat zich buiten het aardse ruimte/tijd verschijnsel afspeelt, is een onverdeelde vorm waarin geen afscheiding bestaat. Het ik-concept, beschrijft Ramesh S. Balsekar in zijn boek “Ontdekkingsreis naar het eeuwig onveranderlijke”, is geboren uit dualisme, wat de noodzakelijke voorwaarde is voor de manifestatie van verschijnselen, wat op onherstelbare wijze de onverdeelde Werkelijkheid in tweeën splijt. Immers alle mensen (ik en de ander) zijn verschijnselen in het algeheel bewustzijn; het zijn allen objecten van die ene Absolute Subjectiviteit. Wat het ik ook aanneemt, het blijft steken in het verschijnend object, een pseudo-object en de eigen veronderstelde identificatie ermee alsof het een zelfstandige entiteit betreft, wat vervolgens zorgt voor puinhoop en ellende. Dat is de oorzaak van alle strijd en lijden, waarvan angst en hoop de polaire vleugels zijn, een poging van ons brein om het voor het overleven als een mooi dualistisch pakket te beschouwen, maar haalt daarmee ook de oorzaak van de vele ontredderde gemoedstoestanden het bewustzijn binnen. Immers de angst voor de toekomst kan in die situatie nooit worden overwonnen. Wij zoeken allemaal naar een constante onveranderlijke vorm van geluk, maar we realiseren ons niet dat verandering juist de essentie is van de manifestatie van verschijnselen. Geluk is daarmee eveneens een illusie.

De vraag is dan wel hoe kunnen we van de scheiding subject/object, waarnemer/waargenomene, zien/geziene,  etctera, afkomen?

Daar is in eerste instantie een helder begrijpen van de eenheid en de indeling, de dualiteit van het bestaande en het dualisme van de wereld der verschijningen die polair van aard is, voor nodig. Het dualisme is het gevolg van de identificatie van de mens met zijn lichaam/geest mechanisme als afzonderlijke individuele identiteit, waardoor hij zich afscheid van de rest van de manifestatie van verschijnselen. In werkelijkheid is het Absolute en het manifeste, de twee polen van de dualiteit niet echt gescheiden. Ze worden gescheiden omdat de mens dit in zijn denken zo voorstelt, maar in werkelijkheid zijn beide van een gelijkmatige polariteit, een onafscheidelijke eenheid. Het manifeste is niets anders dan het Totale Zijn, het Absolute, de vormgegeven staat van het Bewustzijn, in ruimte en in het tijdsbegrip. Dit uitsluitend als objectieve uitdrukking van het subjectieve Absolute, omdat het anders in het geheel niet door de mens kan worden waargenomen. De voortgang van de evolutie heeft laten zien wat dat voor een implicatie zou hebben gezorgd. Zonder deze tegenpolen zouden we in een onbewuste staat hebben voortgeleefd omdat in gehanteerde begrippen in de fysica, het verval van superposities of interactie met het potentieel van mogelijkheden nooit zou hebben plaatsgevonden. Alle objecten, alle mensen zijn begiftigd met leven en gewaarzijn, zodat je ook waarneembaar bent voor elkaar. Ruimte/tijd dualiteit van de waarnemer en het waargenomene is slechts een medium, een middel om tot waarneming te komen. De waarnemer en het waargenomene zijn dus onderling verwisselbaar waardoor geen van beide een onafhankelijk bestaan hebben.  

Waar leidt dat toe? Dat is het grootste onderdeel van de illusie, namelijk dat het bestaan van de mens op aarde een leergang meemaakt om het persoonlijkheidskenmerk als wezenlijk ondergeschikt te beschouwen. We komen dan terecht bij de oorspronkelijke complementaire of polaire tegendelen. Het bezit immers de potentie van alle mogelijkheden en de totaliteit van alles wat gemanifesteerd en zintuigelijk waarneembaar is. Ze omvatten elkaar en zijn alleen tegengestelden binnen hun onderlinge relatie. Daarna als de tegenstelling wordt opgeheven, worden de uitgeklede polen als restanten, het concept van beide polen als eenheid gekend. De Oosterse filosoof Nissargardatta Maharaj zei nogal eens dat inzicht in het leven ook inhoudt dat de mens de bevrijding vindt waar het heel zijn leven onbewust al naar hunkert, wat begrijpen betekent dat de dualisme van het waarneembare (de wereld van verschijnselen) en de non-dualiteit van het Absolute als eenheid fungeert. Met andere woorden de scheiding is puur fictief. Er bestaat geen individu, maar een  verbondenheid der tegendelen. Het brengt ook de totaliteit van het objectieve teweeg in de manifestatie van objectieve verschijnselen. De waarnemer en het waargenomene zijn dus geen onafhankelijke, tegenoverliggende delen, maar zijn verstrengeld in hun relatie van waarneming. Daar was de fysica op een andere manier ook al achter gekomen!

Wat zou je kunnen doen om van die afscheiding los te komen, om de werkelijkheid als eenheid te gaan zien? Daarvoor wil ik weer Nissargardatta Maharaj citeren die zei dat niets doen de beste optie is, maar hij voegde eraan toe dat het denken loslaten als eerste stap moet worden gezien en dat begrijpen moet overgaan in een intuïtief weten zodat ieder handeling die daaruit volgt een spontane, natuurlijke handeling zal worden vanuit het Absolute Zijn. Daarin is geen persoonlijk individu meer bij betrokken. Dat is een ervaring van absolute vrijheid, zonder enige vorm van verstandelijke inbreng, zodanig dat noch frustratie noch zijn onrustige ego zijn uitwerking krijgt, omdat alleen de ego-identiteit door het denken beïnvloed of gefrustreerd kan zijn. Het bewustzijn wordt in een kennende staat van een eenvoudige gewaarwording gebracht die het dualisme opheft. Daarmee is het een overbodig concept geworden want het dualisme is denkbeeldig, elk handelen zonder denken is spontaan en de vrije wil die daaraan ondergeschikt is, zonder illusie. 

 

 

Blog 62 (06-05-2025)

 

Wat houdt Paradigma in?

 

We hebben het woord paradigma al een paar keer gebruikt, maar wat betekent het? Hoe kunnen we de dynamiek in de partituur van het menselijk bestaan en de daaraan gekoppelde werkelijkheid lezen? Om de contouren van het hedendaags paradigma te kunnen bezien, is het realiseren waar wij nu staan, in de voortdurende staat van ontwikkeling, in de voortgang van de evolutie, onontbeerlijk. Ieder van ons is, een wezenlijk onderdeel van de essentie van het totaal, van alles wat is. Wij maken daarmee deel uit van het grote geheel wat we meestal met het universum aanduiden. Toch zijn we daar nauwelijks van bewust, omdat we zo in de vervoering zitten van onze dagelijkse beslommeringen en laten we weinig gelegen aan wat het leven in essentie is. Beperkingen en begrenzingen die we zelf aanleggen in het stelsel van ons dagelijks bewustzijn leiden tot allerlei misvattingen die ons de indruk geven dat wat in het leven afspeelt, een toevallige lineaire reeks van gebeurtenissen betreft. Het leidt eveneens tot de misvatting dat de mens denkt dat zijn individuele beoordeling de werkelijkheid betreft. Daarnaast is de mens slecht in staat zijn onbewuste bron te doorgronden. Dat lijkt logisch want anders was het niet onbewust, toch? Maar bewustzijn is geen vaste staat die voor iedereen hetzelfde is. Want als wij beter in staat waren ons bestaan vanuit een hoger perspectief te bezien dan kwamen de gebeurtenissen in het leven aanmerkelijk evenwichtiger over en jaagden we niet zo expliciet op persoonlijke belangen. Het zou ongetwijfeld ook nieuwe vergezichten en transposities opleveren met betrekking tot onze levensbestemming. Dat zou het gevolg zijn van het veranderende functioneren van het zelf, doordat het implementeren van nieuwe inzichten zal zorgen voor het loslaten van constructies die in het leven zijn beslag gekregen hebben. Je zou kunnen zeggen dat de manier waarop we leven en denken, de manier waarop wij gezamenlijk onze bewustzijnsruimte invullen, het samenspel is van beheerste en onbeheerste omstandigheden, een paradigma is die ons leven bepaalt.

We kunnen onderhand ook wel stellen dat het huidige paradigma aan de rand van ondergang staat. De fysica beschrijft dat als de wet van entropie, alles is circulair aan een voortdurende reeks van opbouwen en afbrokkeling onderhevig. Vele antecedenten van afbrokkeling dringen zich op. De absurde verrijking, het schrijnend gebrek om te delen, de massale vernietiging van have en goed, uit elkaar gerukte en op drift geraakte volkeren, de haat en ombrengen van onze medemens, enorm machtsmisbruik op alle niveaus, het vrijwel onherstelbare besmetting door gifstoffen, et cetera, zijn exponenten die aangeven dat onze intrinsieke menselijke waarden op een dieptepunt zijn beland. Is het tij nog te keren? Is het bewustzijnsniveau van de mensheid in deze tijd hoog genoeg om te begrijpen dat alleen radicale veranderingen voor een ommekeer kunnen zorgen? De menselijke behoeften wijzen een andere kant op, want men zwicht graag voor een blinde terugtrekking op oude posities, het oppompen van religieuze dogma’s of het domweg schrap zetten tegen verandering. Wat zou er verder nog voor een robuuste stopzetting van de aftakeling kunnen zorgen? Een nieuw paradigma misschien, een metamorfose, of een reset? Is het niet allemaal min of meer hetzelfde?

Het wordt steeds duidelijker dat alleen een rigoureuze verandering met gelijke kansen, een krachtige impuls voor de bewoners van deze planeet kan betekenen, om opnieuw tot herschikking van de waarden van het leven in een evenwichtige setting met de natuur, met alles wat is, betekent. Want de allesomvattende liefde, die de basis van het leven vormt, leidt uiteindelijk altijd, in iedere omstandigheid voor uitbreiding van bewustzijn, al geven de gevolgen van de dualistische afscheiding die door de mens gevoeld wordt, daar nog nauwelijks aanleiding toe. Ondanks de quasi vooruitstrevende ontwikkeling van mentale aspecten waarop de mens zich steevast op beroept. Dat geeft aan dat bewustzijn niet zozeer een zaak is van het verstandelijk intellect. Daardoor kan het herwaarderen van oude posities, dogma’s, het afzetten tegen verandering, juist voor een afzwakking van de groei van het bewustzijn zorgen. Want in dit tijdperk, bij het aflopen van onze oude wereldorde, die de aanzet van een nieuw paradigma verraad, zal wel degelijk het verlies van oude opvattingen moeten betekenen. Een nieuw paradigma zal de huidige consensus, wetenschappelijk onderbouwd of niet, aan kracht inboeten en tot een residu ineen schrompelen, om als een achterhaald gegeven in de geschiedenis weg te kwijnen.

Het concept paradigma heeft betrekking op een specifiek beeld van de door ons beleefde werkelijkheid. Het bevat een model van schema’s voor percepties, analyse en validatie van verschijnselen binnen de context van het beeld die de werkelijkheid omtrekt. Alle aspecten van percepties die wij in onze leefomgeving hebben gecreëerd en voor waar aannemen, worden in die context weergegeven. Hoewel het wereldbeeld voor ieder persoon anders is, zijn ook veel van de paradigma’s van heden en verleden gebaseerd op de huidige en toenmalige plausibele verklaringen binnen de bestaande wereldbeelden, die vaak door beperkte opvattingen van religie en wetenschap werden bepaald. Achterhaalde paradigma’s laten weliswaar zien waar deze ooit op stoelden en dat allerlei veranderingen tot wezenlijke aanpassingen leidden, somtijds zelfs tot nieuwe paradigma’s die elkaar opvolgden. Een van de belangrijkste omwentelingen is ongetwijfeld in de 16e eeuw geweest toen de copernicaanse astronomie een totale verandering van het wereldbeeld tot gevolg had.

In het verloop van de evolutie is er dus vaker sprake geweest van omstandigheden die de nieuwe vorm van het paradigma bepaalden. Dat waren ontwikkelingen die zich ook toen uitte in een staat van bewustzijn en vervolgens tot het interpreteren van wetenswaardigheden leidden. In een bepaalde tijd in de ontwikkeling van de mensheid, wat we als de begintijd van de bewuste mens in het Atlantische tijdperk kunnen beschouwen, ontving de mens het astraallichaam. Dat hield in dat de mens zich door kon ontwikkelen vanuit het vegetatieve onbewuste naar een meer emotioneel bewustzijn. Later werd het verstandelijk/geestelijke aspect sterker naar ontwikkeling toegeleid zozeer zelfs dat de mensheid dankzij de vele priesters die kennis hadden van hogere bestaansniveaus, zich kon meten met wezens van de Hogere Hiërarchie. De uitwassen die daaruit voortkwamen, doordat de wezenlijke integriteit ontbrak, zorgden voor het verlies van hogere bestaans-en bewustzijnsvormen. Deze kennis en wijsheid ging gedeeltelijk verloren, maar doken later op als een gelouterde vorm in de oude Indiase en Tibetaanse geschriften zoals de Mahabharata, Upanishaden en anderen. Deze overgang betekende wederom een nieuw paradigma voor de mensheid, tot op heden de grootste (de ondergang van Atlantis), waar de verstandelijk/geestelijke vorm opnieuw zijn weg moest vinden.

Een van de machtigste machinaties voor de verklaringen van het werkelijkheidsbesef, die de grondslag vormde voor ontkenning van een hoger bestaan, is wel de deterministische opvatting die sterk onder invloed stond van de wetenschap. Dat geldt uitsluitend voor de tijd na de Verlichting toen het verstandelijk denken een steeds groter aandeel in het wereldbeeld ging innemen, zodanig dat grote delen van de mensheid aanneemt dat bewustzijn slechts een onderdeel van de hersenactiviteit is. Het mensenwezen in vroegere tijden, voor de opkomst van de wereldreligies, werden in het Westen dus nauwelijks door het geestelijk-goddelijk bewustzijn geïnspireerd. Het leefde nog onvrij, zonder initiatief, in een wereld dat het leven hooguit als een geschenk van de hogere hiërarchische wezens zag, die in het boek Genesis aangeduid worden als de Elohim. In de christelijke terminologie worden deze wezens de Exousiai, in de moderne geesteswetenschap Geesten van de Vorm genoemd. (We laten hierbij de kerkelijke interpretaties buiten beschouwing).

Waarom is de toenmalige bijstelling van ons wereldbeeld tot op heden, in de zogenaamd realistisch-materialistisch opvatting, blijven steken en dringen de inzichten op het terrein van de kwantumfysica, die ook het discours van het leven raken en al vele decennia geleden als geldend werden beschouwd, nog steeds niet door. Het kan niet anders dat als we het aankomend paradigma willen bevatten, zullen we op zijn minst moeten begrijpen wat de natuurkunde al sinds lange tijd heeft eigen gemaakt. Immers deze tak van wetenschap is bij uitstek in staat het universum op micro en macro niveau (ons levensniveau) te belichten.

Veel van de nog steeds gehanteerde algemene opvattingen die in de gemeenschappelijke opvattingen en doelen spelen, zijn allang door de vooruitstrevende fysica weerlegd, maar zorgen (nog) niet voor een neerslag in de algehele consensus over wat het leven voor ieder van ons betekent. Het sterk–antropisch beginsel verklaart veel coïncidenties over hoe het leven is ontstaan, maar toch blijven veel fysici daar verre van omdat het niet strookt met het beginsel van strikte objectiviteit, hoewel een klein deel vindt dat je daar ‘soepel’ mee om moet gaan. De meer op idealistisch-monistisch geschoeide fysica begrijpt echter wel dat objectiviteit een schijnvertoning is en op macroniveau eerder zelfs als camouflage dient.

Het botst dus in de wetenschap nogal eens met de opvattingen van strikte objectiviteit en de materialistische grondslagen die in veel gevallen nog steeds bepalend zijn. Daarom nogmaals de vraag, waarom oefent de natuurwetenschap zo weinig invloed op de gemeenschappelijke consensus uit om een verschuiving in het denken mogelijk te maken? Wat zou de weerstand kunnen zijn om de ontdekkingen binnen het kwantumdomein een uitleg te geven die met de metafysische logica correleert. De weerstand van zowel in de fysica als in de biologie ligt tevens in het feit dat, hoewel de basisopvattingen van Newton en Darwin al veel hun zeggingskracht verloren hebben, zich veelal vastklampen aan de ooit geformuleerde idee dat materie (Newton) de realistische grondslag van alles is en niet het bewustzijn. Deze bepaling heeft ook mystieke consequenties. Het experiment van Aspect (Alain Aspect 1982) toonde al meer dan 40 jaar geleden aan dat kwantumverschijnselen non-lokaal zijn, waardoor de transcendente aard van het bewustzijn vaststaat. Het heeft echter de meeste fysici niet echt kunnen overtuigen. Veel wetenschappers laten zich niet verleiden oude standpunten te verlaten omdat, als je het bewustzijn als een alles overheersende oerkracht aanmerkt, het dan lastig wordt om de materialistisch-realistisch onderzoeksprogramma’s, waar het grootste deel van het officiële circuits van academische onderzoeken en donoren uit bestaat, uit de weg te gaan.

De aankomende paradigmaverschuiving heeft een onomwonden doel om de evolutie, achterop geraakt door de vertraagde ontwikkeling van het bewustzijn, in stroomversnelling te brengen. Daarin staat niet zozeer het opheffen van de kloof tussen wetenschap en spiritualiteit centraal, als wel de tendensen die tot die kloof geleid hebben, omdat het voor die enorme vertraging heeft geleid. We kunnen ons daarom beter richten op het loslaten van de focus van het vertrouwd materialistisch perspectief. Het verlaten van deze stellingen zullen al ingrijpend genoeg zijn, waarschijnijk zelfs zal deze implicatie een schokgolf veroorzaken, als de uitwerking ervan op een hoger bestaansniveau wordt geactiveerd. Het paradigma wat dan verschijnt geeft de voorspelde transformatie weer, een verschuivend perspectief naar een echt nieuwe wereldorde waarin de mens op zal gaan in het besef dat niet de afscheiding, maar de heelheid van bestaan de norm is geworden.

Als fundament voor het hoger perspectief zal dus een vernieuwde inzet van het bewustzijn nodig zijn om, zoals de oude levenswijsheid aangeeft, dat het bewustzijn de grond van al het bestaande is, zowel lokaal als non-lokaal, te aanvaarden. Als de mens individueel in zijn belevingsdomein, de bewuste handeling van zijn nieuwe waarneming integreert, wordt het aannemelijk dat als de mensheid collectief, zoals de fysica aangeeft, aan het verval van de superpositie van mogelijkheden deelneemt en aan het totaal van enorme veranderingen bijdraagt. In dat geval worden alle mogelijkheden potentieel met elkaar verbonden, voordat de samenhang tot stand komt door middel van het algeheel bewustzijn.

Even een stukje fysica: de intentie is de gemeenschappelijke sleutel die grote concentraties van denkprocessen via het universeel bewustzijn kan zorgen voor een verbindende factor die correleert en door verval overeenkomstige werkelijkheden kan doen ontstaan. Als er geen faserelatie in de golfbeweging tot stand komt die tot verval leidt, geeft het echter geen verbinding (zogenaamd niet gecorreleerd kwantumgedrag). De faserelatie van mogelijkheidsgolven bepalen dus de expansie van het totaal aan inbreng, die het bewustzijn op zijn beurt weer aanzet tot gecorreleerde denkpatronen.

Heb je je weleens afgevraagd hoe het komt dat er in een tijdsegment een specifieke groep van denkpatronen opkomen en weer ondergaan. Voorbeelden zijn voorhanden in de voorbije geschiedenis (bijvoorbeeld het facisme en communisme) of zoals in deze tijd het populisme. Daar is zojuist de werking ervan beschreven, wat de natuurkundige vorm laat zien hoe de mensheid collectief dergelijke denkpatronen (golfpatronen) tot werkelijkheid laat vervallen. Het Hoger Bewustzijn, de Grond van het Bestaande, God, het Absolute of hoe je het ook noemen wil, heeft daar geen bemoeienis mee, omdat het in de menselijke staat zit vormgegeven, in de illusie van het gefocust bewustzijn. De mens is daarvoor zelf verantwoordelijk.

Deze beschreven functionaliteit, die de fysica laat zien, is evenwel primair een zaak van het individu. Dat deze in collectiviteit kan samenvallen heeft betrekking op het samenspel van verbindende elementen zowel emotioneel als mentaal. Uiteindelijk zijn de aspecten die in de collectieve deelname aan bewustzijn spelen, processen die je in fysische zin de hiërarchische verstrengeling van fasemogelijkheden kunt noemen die tot verval komen. Op deze wijze kan het ook tot een verschraling van bewustzijn leiden. De individuele deelname van ieder persoon die voor verruiming van het bewustzijn zorgt, zal mede door diepe inzichten tot stand moeten komen, waarin de ervaring van het non-lokale of transcendentale bewustzijn een belangrijke aanzet zal zijn. De op zichzelf staande speurtocht naar de inhoudelijkheid van het leven zal ook een erkenning van dit rijpingsproces van het bewustzijn betekenen. De spirituele reis van ieder persoonlijk kan dan collectief ontwikkelen tot een nieuw paradigma.  

De kernvraag van deze blog luidde: Wat is paradigmaverschuiving? Zou je je voor kunnen stellen dat de huidige veranderingen niet een op zich zelf staande serie van fenomenen is, maar een opstart naar een nieuwe fase waarin het vertrouwd materialistisch perspectief en ons daaraan gelieerde denken, afzwakt om zich te heroriënteren en vervolgens te transformeren naar een nieuw paradigma? Hoe het in het innerlijk van de mens speelt komen we in de volgende blog aan toe.

 

 

Blog 61 (06-04-2025)

 

Het Kosmisch perspectief 

 

Als we de veranderingen om ons heen en in ons leven bekijken dan zien we een voltrekkende reeks van gebeurtenissen die veelal anders lopen dan we vooraf hadden bedacht. Zeker de laatste tijd gebeurt er van alles op het wereldtoneel wat ons een hopeloos gevoel geeft en afbreuk doet aan onze behoefte aan veiligheid. Wij snappen wel dat veiligheid een beperkt begrip is, maar we willen wel graag zoveel mogelijk zekerheid inbouwen. Dat het niet zo loopt levert onzekerheid op en in het slechtste geval zelfs angst. Onmachtig om het in een groter verband te zien, proberen we op eigen niveau dat ongemakkelijke gevoel te onderdrukken. Of we vluchten in ideeën door allerlei overheidsinstanties een instrument toe te dichten die het oude gevoel van veiligheid weer zou kunnen herstellen. We hopen daarmee onze veiligheid en garanties op het oude vertrouwde niveau terug te kunnen brengen. Maar er invloed op uitoefenen lijkt niet mogelijk, we zullen moeten accepteren wat ons wordt voorgeschoteld.

Als we de vele eeuwen die achter ons liggen de revue laten passeren, dringt het beeld op dat nooit iets vanzelfsprekend is, al helemaal niet als we meenemen dat de plek van onze wieg nogal voor een beduidend verschil zorgt. Alles vervalt in de loop van tijd en zelfs het idee van geschiedenis levert veelal een beperkt tijdsbeeld op, omdat het in de perceptie van die tijd is opgeschreven. Veel inzichten zijn immers achterhaald of lijken zinloze bijdragen te zijn omdat de functionaliteit is verschoven of blijken door herziende betekenissen geen waarde meer te hebben. Veel van de veranderingen die door de tijd werden bepaald, hebben soms een positieve of juist negatieve lading gekregen, waarvan we nu de vruchten plukken of een verachtelijke uitstraling hebben meegekregen. En vooral, we leven op een planeet van tegengestelde krachten waarvan de verschillende aspecten in de twee richtingen zich pas veel later laten zien. Nog altijd wordt de dualiteit waaruit ons leven bestaat niet als een elementair gegeven gezien, maar als een soort keuze die de uitingsvorm polariteit als een uitwas beschouwd.

Het menselijk tekort is eigenlijk groot, onhanteerbaar groot, maar we weigeren om onze beperkingen in een groter verband te beschouwen waardoor het menselijk belevingsniveau blijft steken op de individuele kleinheid van geest. Wat vervolgens veel onbegrip opwekt, omdat we de uitingen niet herkennen wat er in totaliteit op ons afkomt. Met name de veranderingen op het wereldtoneel lijken een gigantische onbestendigheid. Wat een positieve rol speelt is, dat de mens langzamerhand begrijpt dat er niet overal een antwoord op is en de wetenschappelijke bevindingen vaker niet dan wel uitsluitsel geven, zodat de ooit bedachte vergezichten een hopeloze indruk achterlaten. De maakbare mens valt eigenlijk ook best tegen. Goed we zijn vooral sterk in het maken van apparaten die de medemens in een ogenblik kunnen vernietigen wat in flagrante tegenspraak is met de medische onderzoeken die het leven van de mens trachten te verlengen. Trouwens in het algemeen is het oplossen van problemen van onze medemens eigenlijk een faliekant failliet. De grootste illusie is eigenlijk het gebrek aan zelfinzicht, die we blijven meenemen in de beoordelingen over de doelen die we stellen. Het oplossen van problemen worden vooruit geschoven, omdat we de noodzakelijke veranderingen niet willen. We leven in een tijd dat we wel in moeten zien dat er van alles fout loopt, de chaos en wanorde steeds groter wordt, maar we begrijpen nauwelijks dat we zelf de oorzaak van onze problemen zijn. Zelfs de bepalingen van onze consensusmaatschappij dreigen aan corrosie ten onder te gaan en de roep om verandering zijn voornamelijk gericht op het behoud van de verworvenheden. Om het misbruik van allerlei grondstoffen en de roofbouw vooral te kunnen voortzetten. Zeker, tussen de marges klinkt de roep om essentiële verandering nog zacht, maar zijn op den duur niet meer te stuiten.

Essentiële verandering kunnen we omschrijven als wat de evolutie voorschrijft, namelijk de onvermijdelijkheid van verandering. Ik heb al eens opgemerkt dat de fysica heeft aangetoond dat continuïteit geen vorm is die kan bestaan. Aansturing en stimuleren van een beweging is natuurlijk, maar de mens wil er eigenlijk geen deel aannemen. Toch is het onomkeerbaar. De vrije wil waarop we ons beroepen, veronderstelt wel een ruim speelveld. Echter hoe beperkt dat is, laat het feit zien, dat de verdeling van de (materiele) koek steeds meer in handen van een enkeling is, door het overmatig eigenbelang en machtsmisbruik tot stand gekomen.

Er zijn, in de keerzijde van de medaille, kenteringen te zien in de zienswijze van veel mensen. Steeds meer wordt er gedacht in metafysische termen, worden verbanden gezien die voorzichtig op een hoger bestaan duiden, die een universeel vermogen van de mens aantonen, zodat de groei van het individu op een holografische manier zal doordringen vanuit het universeel bewustzijn. Ook het feit dat steeds meer mensen begrijpen dat er ook een werkelijkheid bestaat die zich buiten onze waarneming voltrekt, heeft impact. Al hebben de meesten geen flauw benul hoe dat werkt, maar er komt voorzichtig een toenadering naar het metafysische op gang. Voorzichtig, omdat het bewustzijn laag is, waardoor veel van de ervaringen die sommige mensen hebben, nog steeds als speculatie worden gezien. Vanwege onze geconditioneerde overtuigingen is het lastig om onze aangeleerde begrippen, tot stand gekomen via onze zintuigen, een andere status te geven. Verandering kan ook een verandering van je individuele werkelijkheidsbeleving betekenen. Dat houdt dan wel in dat je een verschuiving moet toelaten in je zintuigelijke waarneming van de werkelijkheid, reikend naar een bewustzijn die daar ver boven uitstijgt.

Een van de al eens vaker genoemde energetische veranderingen is van kosmische betekenis die ook de mens sterk beïnvloeden. De al vaker geciteerde, voormalige professor aan de Stanford University, Tiller (blog 47) stelt in Science and Human Transformation dat, door de onbalans die door de toenemende energetische trilling ontstaat, die het gevolg is van de aanstaande Transformatie, zal zorgen voor onevenwichtigheden in het innerlijk van de mens. Hij drukt in deze dissertatie zijn bezorgdheid uit van hoe de mens met de planeet omgaat en geeft aan dat drie categorieën de verhouding van de mens tot de kosmos aangeven. In de eerste plaats is de mens bewust van zichzelf en is sterk gericht op het besef van zijn persoonlijkheid, zijn lokale zelf. Ten tweede is de mens bewust van zijn relatie met zijn omgeving oftewel de samenleving; ten derde is de mens min of meer bewust van zijn relatie met de kosmos. Wat het laatste betreft gaat Tiller verder met: “Wij beschikken over interne mechanismen, waarmee we de kosmische energie kunnen opvangen, transformeren tot patronen van een energetische structuur. Wanneer we zelf ook onze patronen door verruiming van het bewustzijn in kwalitatief opzicht kunnen ontwikkelen, hebben we ook een positieve invloed op de mensen om ons heen” (de tweede categorie). Hij doelt hiermee op de verandering die we door de energetische manifestaties binnenin ons voelen, te werk stellen om onze innerlijke mechanismen en circuits aan te passen. Hij stelt dat, als we ons individuele bewustzijn verhogen, we dan het spectrum vergroten wat we uitzenden en kunnen we op deze manier allemaal onze invloed laten gelden om de transformatie uit te breiden tot de totale mensheid door middel van onze persoonlijke stralingsvelden. Als de transformatie in totaliteit om ons heen grijpt, zoals in deze tijd, houdt dat ook in dat de energetisch straling zich laat gelden op lichamelijk niveau waarbij ook de cel en het DNA betrokken wordt.

Het verruimen van ons bewustzijn die mede door de energetische aanpassing in onze tijd in gang gezet wordt, heeft alles te maken met een andere benadering van het substantiële idee van de zintuigelijke werkelijkheid. Ik heb in een vorige blog al laten zien dat deze veranderingen zich in alle dimensies voordoen. Daarbij zal het inzicht wat deze dimensies allemaal behelzen ook een rol spelen. Met het vergroten van het bewustzijn zal het besef toenemen dat ook de dynamiek van onze innerlijke structuur zal veranderen. Daarmee wordt duidelijk dat onze blik buiten onszelf, een ander beeld over ons individuele bestaan in relatie met het non-lokale zal opleveren. Dat levert behalve de aanpassingen binnen ons lichamelijk bestel, ook dat onze subtiele lichamen anders zullen gaan reageren en afgestemd worden op veranderingen van scalair-elektromagnetische velden, die het bestaande fundament zullen aanpassen. Zo heeft de wetenschapper T.E. Bearden al verondersteld dat de hersenen als een scalaire detector functioneert. Dit toont aan dat het in principe mogelijk is dat zien op afstand, helderziend of horendheid, telepathie, precognitie enzovoorts, binnen ons gaat functioneren. Dat betekent dat de mogelijkheden van het menselijk apparaat verbreed worden en wat we paranormaal noemen tot het mentaal operationele gebied gaat behoren. Wanneer we de hyperfuncties van onze hersenen leren cultiveren, zullen de ontwikkelingen op alle niveaus van ons wezen een cellulaire transformatie ondergaan.

Dat houdt in dat het binnengaan van het aankomende nieuwe tijdperk van Waterman of in een andere cyclusverband, de Satya Yuga, de Gouden Eeuw (zie blog 21, over tijdperken), de aangetoonde nieuwe fysische mogelijkheden zullen bewerkstelligen die onze werkelijkheidservaring aanmerkelijk zullen beïnvloeden. We kunnen dit beschouwen als een nieuw paradigma, waarin de metafysische waarheden in een nieuwe context zullen worden opgenomen. Prof. Tiller ziet het zo: binnen de context van de nieuwe werkelijkheid die op onzichtbare organisatiepatronen, op onzichtbare dimensies is gebaseerd, is intentie de kracht die er toe doet om primaire patronen te wijzigen, te kiezen, te vormen, te modificeren en te organiseren. Als een van deze factoren optreden worden de informatievelden die de materiele wereld vormen, gewijzigd. Kortom de communicatie kanalen krijgen een geheel andere benadering. Deze verandering versneld tevens de fysieke aanpassing omdat alle subtiele lichamen van onze totale entiteit van Zijn, daar onderdeel van is. Dit houdt tevens in dat krachten die alles bij het oude willen houden, geen invloed meer hebben en zelfs zullen afsterven. Voorbij alle beperkende visies liggen immers nieuwe mogelijkheden die een hogere staat van bewustzijn en door een groter potentieel van mogelijkheden nieuwe werkelijkheden zal  aanboren. Dit betekent ook een verbreding van het inzicht in wat je de blauwdruk van het leven kunt noemen en die de interactie met het leven zal brengen op de matrix van het veld van bewustzijn. De programmaties in de gebieden van bewustzijn en de hersenen in de geometrische (trancedente) en fysische vormentaal krijgen een nieuwe invulling. Maar vanuit een causaal gezichtspunt is dit allemaal niet waarneembaar. Zoals de oprichter van de Flower of Live’ (de fysicus Drunvalo Melchizedek) het stelt, wordt dit alles causaal georkestreerd vanuit een impliciete orde of wat David Bohm al had vastgesteld dat wat zich in ruimtetijd afspeelt, bepaald wordt door een non-lokale werkelijkheid en dus zijn de instructies afkomstig buiten ruimtetijd. Volgens hem (zie blog 48) is de mens op een holografische manier met ieder aspect van de materie, met het bewustzijn en alle zichtbare of onzichtbare universums verbonden. Deze verbondenheid omvat een immense uitgestrektheid van ongeziene aspecten van een complexe, maar ook elegante structuur van het onzichtbare universum. Want op de achtergrond van ons universum bestaat een netwerk dat zich door ongekende dimensies slingert. Dit netwerk houdt een multidimensioneel weefsel bij elkaar, een eindeloze keten die pulseert met een levenskracht van alles wat bestaat. In deze kosmische symphonie, zoals Brian Greene het noemt, is het weefsel waarin ook ons universum functioneert, met elkaar verweven als een multi-dimensionaal labyrinth, waarin de draden van de vele universums zich zonder ophouden om elkaar wikkelen en ritmisch trillen volgens de wetten van de kosmos, wat je als een geheel, als een kosmische symfonie kan zien en ‘beluisteren’.

Hoe wil je het nog bewezen hebben wanneer vele wetenschappers op verschillende tijdstippen bij hetzelfde uitkomen die ook nog de oude waarheden van de rishi’s, 6000 geleden bevestigen. Blijkbaar zijn er invloeden werkzaam die de groei van het bewustzijn van de tegenwoordige mens op een laag peil afremmen.

 

 

 

 

 

Blog 60 (06-03-2025)

 

Verandering door Kosmische inbreng

 

In de voorgaande blog heb ik aangegeven dat verandering een doorgaand proces is in het persoonlijk leven maar zeker ook in een groter verband, als een tractie van krachten die zich letterlijk en figuurlijk boven ons hoofd afspelen. Echter wij zijn zo met ons microbestaan bezig dat we vrijwel geen enkel idee hebben wat zich buiten ons waarnemingsgebied bevindt. Onze zintuigelijke werkelijkheid wordt als belangrijkste leidraad voor het leven gezien en de wetenschappelijke bevindingen, die daarvan wel degelijk afwijken, worden in het algemeen niet opgenomen in onze bewuste denkpatronen. Zo modderen we maar door en blijft alles wat zich in het dagelijkse leven opdringt, hangen in een ondoorgrondelijk patroon van onwaarheden en misinformatie. Dat is niet alleen van deze tijd, al doet het zich in het heden steeds nadrukkelijker gelden. Het lijkt een vrije val te worden zonder de middelen om het af te vlakken. Maar begrijpen wij werkelijk niet wat er aan de hand is?

De hedendaagse fysica geeft aan dat de route van de evolutie een spiraalvormige tunnel laat zien met het magnetisch veld waarin subatomaire deeltjes de vorm aannemen van een soort tunnelwand. Het lijkt een kokerachtig veld te zijn waarin ons zonnestelsel en ook de aarde er niet alleen in meedraait, maar zelfs een beweging volgt die er doorheen lijkt te gaan. Een tamelijk vast patroon zodat ontwikkeling niet als een spontane impuls of een toevallige actie kan worden voorgesteld.

De baan die ons zonnestelsel aflegt is dus van een geheel andere structuur dan men voorheen had aangenomen. In de vorige eeuw hadden astronomen al wel ontdekt dat het magnetisch veld op een soort tunnel leek waar de aarde en ons zonnestelsel doorheen zou kunnen gaan. Maar het miste nog veel van de ondersteunende kennis van de kwantumwetenschap. Het inspireerde om een onderzoek te starten naar de evolutie van magnetische velden in sterrenstelsels omdat men vermoedde dat daarin wel eens de sleutel kon liggen om te kunnen begrijpen hoe magnetische velden op elkaar inwerken of met elkaar verbonden zijn. Dergelijke magnetische velden zo blijkt, kunnen zich in een netwerk verenigen, hebben de gelijkvormigheid van een tunnel en dat zou wel eens een gemeenschappelijk doel kunnen hebben. In die zin maakt de aarde op kosmisch niveau een beweging die een baan volgt naar een nieuwe modus en waarin de huidige waargenomen veranderingen lijken aan te sluiten. Veranderingen die eveneens in de spiraalvormige structuur van de tunnels zijn onder te brengen. De dimensionale grootheden (het totaal van de 9 dimensies) zijn daarin geen constanten en veroorzaken een voortdurende beweging die samenvalt met de andere disrupties in het heelal. Dat is een opmerkelijk gegeven wat voor de aanduiding zorgt dat er niet alleen op aarde, maar ook in het universum veranderingen plaatsvinden die aangeven dat de oude vorm, waarin de aarde existeert, een langzaam einde van de huidige bestaansvorm inluidt en een doorstart naar een nieuw begin voorstaat. (zie eventueel blog 39).

Veranderingen vinden plaats door middel van transposities in de dimensies. De meeste mensen zullen zich afvragen wat die dimensies dan allemaal zijn, aangezien wij nog steeds aannemen dat er slechts drie of hooguit vier dimensies zijn. Algemeen kun je stellen dat het grootste deel van de dimensies, die niet bekend zijn, een kant van het bestaan laat zien die niet door de zintuigen kan worden waargenomen. Wanneer we vanaf de derde dimensie optellen zien we de vierde dimensie tijd, een indeling waaraan wij ons in het dagelijks leven hebben aangepast, maar geen inhoudelijke betekenis laat zien. Wij zien tijd die verstrijkt en alles wat ons daarin overkomt, wordt bepaald door die consequente lineaire inrichting. In werkelijkheid is het een energievorm (zie eventueel blog 27), een drijvende kracht die ervoor zorgt dat alles in beweging is en zich in evolutionaire zin ontwikkelt. De vijfde dimensie bepaalt de materiele staat van zijn, de manifestatie in relatie met de vorm, van hoe iets zich voordoet. Daarin heeft de fysica een inbreng omdat het een afgeleide is van het zogenoemde oerdeeltje. De zesde dimensie is de energetische frequentie van deeltjes waaruit de manifestatie is opgebouwd. Het is niet zichtbaar en wordt daarom als esotherisch gezien. De zevende dimensie is het niveau van bewustzijn. De achtste is de evolutie stroom, de energetische aansturing van de evolutie. De negende bevat het veld en antiveld, ook wel het inverte veld genoemd, dat wil zeggen, het dualistisch spanningsveld die geen vaste waarde kent, maar zich binnen de evolutie naar omstandigheden aanpast.

Om nog even terug te keren naar de vierde dimensie tijd die een merkwaardige rol speelt. Zou deze dimensie (niet de door de mens gehanteerde tijdsindeling) niet bestaan, dan zou er geen beweging mogelijk zijn, geen groei, geen geboorte, geen veroudering of welk proces dan ook. Het is evenwel ook een begripsmodel om aan te geven dat er iets gebeurt tussen twee tijdstippen in. Op een enkel tijdstip gebeurt er niets, omdat er alleen iets kan bestaan tussen twee tijdsmomenten in. Op tijdstip nul staat alles stil. In de kwantumnatuurkunde wordt dit fenomeen nog absurder voorgesteld, want op tijdstip nul wordt alles in nul seconden afgebroken en in nul seconden ook weer opgebouwd in een veranderde toestand. Wat wij als verandering ervaren is daarmee het voortdurend afbreken en opbouwen van alles wat is. Niets kan worden beschreven in een vaststaand moment. Er bestaat niets in welk moment dan ook. Het universum (macro) en de mens op aarde (micro) bestaat alleen als gevolg van energie die zich uitdrukt in tijd. Dat houdt ook in dat ons bewustzijn zich voortdurend in een andere toestand bevindt, wat wij niet begrijpen, omdat alles hetzelfde uitziet. Als we deze principes meenemen naar de andere 6 dimensies (de eerste drie buiten beschouwing gelaten) wordt het inzichtelijk dat tijd een uitermate sterke invloed heeft en dat het ook omgekeerd zo werkt, omdat als tijd een energievorm is die verandert, dan krijgen ook andere dimensies met die verandering te maken. Bijvoorbeeld als in de negende dimensie met een verandering te maken krijgt, dan komen de kosmische principes in deze en andere dimensies in een andere toestand, waardoor op zijn beurt, ook de dimensie tijd er weer door beïnvloed wordt.

In onze zogenaamde objectieve wereld, wat in werkelijkheid een schijnwerkelijkheid is en die alleen maar bestaat omdat het door ons wordt waargenomen, dat wil zeggen als onze waarneming stopt, valt alles uit elkaar. Dat alles blijft bestaan is vanwege het feit dat het continu door ons wordt waargenomen. Dit werd door de natuurkundigen Bohr en Heisenberg (het Kopenhagenprincipe) al in de vorige eeuw vastgesteld. Het werd echter al eerder onderkend, omdat Patanjali het duizenden jaren geleden al opmerkte. In de Yogasoetra 2.22 schreef hij: “Het zichtbare is er alleen maar vanwege de waarneming. Al vergaat het zichtbare voor wie het doel is bereikt, het vergaat niet omdat het voor anderen nog geldt” (wordt waargenomen). Dat betekent tevens dat er een Hogere Intelligentie werkzaam is achter al het bestaande, die op een laag niveau maar een betrekkelijke waarde kent omdat het pas tot zijn recht komt als er een drang ontstaat om tot een hoger niveau van bewustzijn te komen. Er zit een betekenis achter alles wat functioneert en laat tevens zien dat de wereld om ons heen onze eigen schepping is. Wij zijn, zoals eerder aangegeven, zowel waarnemer als het waargenomene. Dat betekent dat in de uitwerking van veranderingen een gemeenschappelijk proces aanwezig is, die in het collectief bewustzijn tot een ervaring komt. In een tijdperk zoals de onze, waarin het bewustzijns niveau erg laag ligt, wordt alles weerspiegelt wat de mens zelf aanneemt en wat hij bedenkt aan oplossingen, van welke aard, in welke (macht)positie dan ook. Daarin is de huidige staat van bewustzijn te kenschetsen.

Wat de laatste, pakweg twee decennia laat zien, is opmerkelijk omdat de veranderingen een demonstratie afgeeft, die lijkt af te wijken van ‘de normale’ krachten die de aarde altijd al teisterden. De stormen worden sterker, de vulkanische uitbarstingen heviger, de slagregens krachtiger, natuurbranden extremer, tsunami’s dramatischer, kortom de aardse veranderingen met allerlei verschijnselen afwijkender. Wat zich daarin aftekent is dat er verschillende krachten werkzaam zijn die door de gewone aardbewoner moeilijk in te leven zijn. Wat zijn de symptomen die zich in de kosmische krachten voordoen? We kunnen de aardse veranderingen lokaliseren zoals natuurbranden, hogere zeespiegel of zware regenval. Maar wat zich op een kosmisch niveau afspeelt is geen bekende kost. Wel hebben we hooguit bepaalde indrukken die vermoedens opleveren dat er meer aan de hand is. Zou er sprake kunnen zijn van een totaalgebeuren die zich kenmerkt in een toenemende chaos en wanorde zoals het tijdperk Kali Yuga voorspelt? Als we de wereld met het menselijk ingrijpen bekijken, komen we ongetwijfeld tot de conclusie dat er gaanderweg iets niet klopt. In zijn boek, ‘De Wereld in Beweging’ laat Jaap Hiddinga zien wat voor hem de zichtbare processen zijn van de komende transformatie. Voor velen zijn het tekenen van de tijd, voor anderen zijn het angstgevoelens en voor gelovigen zijn het aankondigingen van de eindtijd. Wat de betekenis werkelijk is heb ik al eens aangegeven (zie eventueel ook vorige blog), maar zijn er ook feitelijke aanwijzingen? Dat laat ik hieronder zien.

1. De aarde is onderdeel van een ingewikkelde structuur in het universum. Het laat zien dat de aarde net zoals andere planeten in beweging is, in een onderlinge verbondenheid die niet losstaat van andere krachten in het universum. Dat klinkt logisch, maar we zijn niet gewend zo te kijken. De opwarming van de aarde heeft vooral te maken met de kleine deeltjes (neutrino's) die afkomstig zijn van de zon. Dat wil overigens niet zeggen dat de activiteiten van de mens er geen bijdrage aan levert. Maar de baan die deze deeltjes voorheen aflegden is sinds enige tijd verandert en loopt nu door de aarde heen, waardoor zij positief of negatief geladen worden. Op de polen komen zij met elkaar in botsing en door de ontlading komt een aanmerkelijke hoeveelheid warmte vrij. De verandering ontstaat uit de doorgang van deze deeltjes door zware materie die zich in de aarde bevindt en er een oplading plaatsvindt. De huidige fysica moet het antwoord schuldig blijven waarom dit gebeurt en hoe het komt dat dit een recordwarmte oplevert, vooral op de polen. Overigens is ook waargenomen dat dit niet alleen op aarde voordoet, maar ook op andere planeten (bv, planeet Neptunus +25 gr.).

2. Een ander punt is de alreeds opgemerkte stralingssysteem van de Bond Albedo, een metingssysteem die aantoont dat het elektromagnetisch stralingsspectrum een sterke verlaging van gegevens ten opzichte van oudere metingen laat zien, waardoor reflecties in het heelal met betrekking tot de aarde, in de metingen lager uitvallen. (zie vorige blog).

3. De wetenschap ontdekte dat het universum te snel uitdijt. Einstein ontkende dit aanvankelijk nog en werd later gecorrigeerd, maar hedendaagse studies geven aan dat de uitdijing extreem is en bovendien de donkere materie extreem toeneemt, dit afgezet tegen metingen van een decennia geleden.

4. De leegtes tussen materie of energievormen in de ruimte nemen dermate toe dat het lijkt alsof de ruimte door een onbekende materie uiteengerukt wordt. Dit wordt het annihilatieproces genoemd, een proces van materie en antimaterie. Dit zou kunnen leiden dat het universum een andere structuur krijgt, zodat oude opvattingen niet langer standhouden.

5. In de poolgebieden worden waarnemingen gedaan die herleidbaar zijn tot een invert veld (de negende dimensie). Het zou het proces kunnen zijn wat het resultaat is van de confrontatie van deeltjes of fragmenten van velden met onze realiteit en die daarmee een verbinding met ons aangaan. Het kan mogelijk leiden tot het omzetten van materie naar licht en energie in een beweging van eenwording. Dan is er niet langer een scheiding tussen twee materievelden, maar opheffing die een eenheid van energie in het Goddelijke herenigt.

6. Opwarming van de aarde laat zien dat behalve klimaatverschillen, er ook sprake is een werking van antideeltjes, een kwantum-natuurkundig proces, waarbij het antideeltje een verbinding aangaat met een gewoon materiedeeltje en zich omzet naar een energievorm waarin materie niet langer kan bestaan (is ook herleidbaar met punt 1). Dit is overigens niet alleen op aarde, maar in het hele universum het geval. We kunnen daarmee aannemen dat de transformatie niet alleen een aardse aangelegenheid is, maar zich over de hele kosmos uitstrekt.

7. Een recente studie van de NASA maakt duidelijk dat de opgemerkte schommelingen in de baan van de maan wisselende invloed op de stand van watermassa’s van de aarde kan uitoefenen, zodat er vloedgolven kunnen ontstaan, waarbij extreem hoog water tot overstromingen kan leiden.

8. Abnormale bevindingen van wetenschappers die de binnenste kern van de aarde bestuderen, wijzen uit dat er een opvallende verandering plaats vindt waarin lichte elementen, zoals koolstof, waterstof en zuurstof zich gedragen als vloeistoffen en vrij diffunderen in het rooster van vaste stoffen, zoals ijzer. Het suggereert dat de binnenste kern van de aarde niet meer uit vaste stof bestaat, maar een samenstelling heeft gekregen van ijzer-kristalstructuren met vloeistofachtige elementen.

9. Het beschermende magnetische veld die de aarde tegen allerlei invloeden beschermt is aan het veranderen. Deze zogenoemde Van Allen Gordel zorgt dat we niet meer op dezelfde wijze, door het afnemen van de beschermende werking, blootstaan aan vernietigende kosmische straling. We kunnen daardoor ook meer blootstaan aan veranderingen van het magnetisch veld, wat weer onze digitale wereld kan beïnvloeden.

10. De kern van de aarde is niet alleen aan het veranderen, maar de rotering vertraagt sterk, zodat het een aanwijzing kan zijn dat deze ronddraaiende beweging gaat stoppen en mogelijk na enige tijd in een tegenovergestelde richting gaat draaien. Wat dat betekent is niet duidelijk maar het zou het functioneren van het normale leven, het magnetisch veld of de zwaartekracht kunnen beïnvloeden.

Verandering is dus een kosmisch proces wat een ontwikkeling voorstaat, maar momenteel niet gladjes verloopt. Het is een evolutieproces die ooit in gang gezet werd teneinde de Goddelijke Schepping te vervolmaken, een schepping die ook in de mens tot uitting komt en zich al in eonen van tijd aan ons wordt voorgesteld. Het drukt zich uit in de negen dimensies van het leven, die constant aan verandering onderhevig zijn. De kosmische invloed laat zich in vele situaties aftekenen, behalve in het bewustzijn van de mens, ook in de bewegingen van de aardkorst, in de natuur, klimaat, weersinvloeden, c.q. in het totaal van de energetische infrastructuur van het Universum.