Blog 45 (06-12-2023)

 

 

Bewustzijn  hogere wiskunde

 

Al vaker heb ik het over lager en hoger bewustzijn gehad. Maar als we willen weten hoe het verschil zich laat begrijpen, moeten we eerst weten wat bewustzijn überhaupt is. Bestaat er een duidelijk begrip wat dit werkzame deel van ons functioneren behelst? Gezien het feit dat vele wetenschappers, neurologen en filosofen daar hun hoofd over gebroken hebben en er nog steeds geen eensluidend antwoord voor hebben gevonden, kunnen we eigenlijk wel vaststellen dat het een van de wezenlijke mysteries van het leven is. Natuurlijk wie wij zijn en waar we naar toe gaan is zeker zo wezenlijk, maar in onze, door ons denken voorgeschreven levensstijl zijn deze vragen vrijwel weg geredeneerd. Maar bij wat het bewustzijn is, gaat dat niet op, omdat daarmee een deel van ons functioneren zou worden ontkend. Er is nu eenmaal geen twijfel over dat het bestaat want het geeft ons een beeld van onszelf in relatie met de wereld om ons heen! Het is nauw verbonden met de ervaring die wij opdoen tijdens ons denken, voelen en handelen. Het levert ons een besef op van onze individuele ervaring, subjectief gekleurd door onze identiteit of zelfbewustzijn.

De mens is zich in meerdere of mindere mate bewust, maar alleen de mens is zich bewust dat hij bewust is. Dat houdt in dat hij bewust is van zichzelf en door zijn reactievermogen in staat is te reageren, niet alleen door uiterlijke prikkels, maar ook door reacties die in hem afspelen. Deze vormen van bewustzijn, die wij behalve ons zelfbewustzijn ook in mystieke zin het Zelf noemen, zijn tot de mens beperkt en bestaan niet op dezelfde manier in andere levensvormen.

Om dieper in het begrip van bewustzijn te duiken zullen we in het kort bezien wat de stand van zaken bij de wetenschap is. Immers het grootste deel van de mensheid is overtuigd dat de wetenschap het altijd bij het rechte eind heeft. Dat is over “wat het bewustzijn is” zeker niet aan de orde. Hoewel er de laatste tijd wel verschuivingen in de bestaande denkbeelden optreden, blijven er onopgeloste vragen bestaan. Komt het bewustzijn uit de hersenen of is het een “natuurkundig” verschijnsel? Ontstaat de ervaring in de hersenen of is er een interactie met iets buiten het brein? Is het een materieel verschijnsel of is het een afdruk van een onderliggend fenomeen?

Dat er nog steeds geen eensluidend beeld is, blijkt wel uit het feit dat wetenschappers er een benaming aan gegeven hebben, namelijk ‘the hard problem of consciousness’. Het was een tijdje bijna een taboe om erover na te denken, zo vast als het stond dat het een activiteit van de hersenen was, maar sinds neurologen de term cognitie hebben bedacht is het weer in de belangstelling gekomen. Sommigen wetenschappers zeggen dat het niet zo ingewikkeld moet zijn waarvan je kunt vermoeden dat ze diepere waarheden willen vermijden. Dan wordt het hooguit zoiets als een emergent verschijnsel dat boven het materiele verschijnsel in het brein ontstaat. Zonder al te technisch te worden is daarmee toch weer een breinverschijnsel met een materiele basis, zodat het na de dood niet kan voortbestaan. Veel neurologen die dat laatste aannemen vinden het een aannemelijke verklaring, maar anderen bedenken een soort mengvorm zoals de Japanse psycholoog Akiyoshi Kitoka Pennartz, die er een representatie van de hersenen in ziet, die extern wordt beleefd. Zijn theorie is dat we een actief model van de wereld in ons hoofd maken, zodat ons brein een soort voorspellingsmachine wordt en zodoende het bewustzijn creëert, maar de veronderstelde realiteit wordt dan wel weer voortdurend gecheckt door de zintuigen. Veel hersenwetenschappers publiceren de laatste tijd vergelijkbare opvattingen. Maar steeds meer betwisten hedendaagse wetenschappers of het wel houdbaar is dat de materie (hersenen) geest kan voortbrengen, zoals de Britse filosoof Philip Goff. Hij is van mening dat materialisme van de hersenen een te onsamenhangend fenomeen zou zijn, omdat het onderhevig is aan het dualistisch gegeven en daarom leidt naar complexiteit, discontinuïteit en mysterie. Hij pleit daarom voor de suggestie dat fundamentele bestanddelen waarschijnlijk eenvoudige vormen van ervaring hebben. Dat raakt de natuurkunde maar zeker ook het metafysische.

De eerste ontdekking in het kwantumonderzoek, waarin de relatie met het bewustzijn werd aangetoond, is dat deeltjes golfgedrag vertonen die beïnvloed worden al naar gelang de waarnemer kijkt of zelfs van plan is te gaan kijken, het zgn. waarnemerseffect. Op grond daarvan en door verdere experimenten werd het Kopenhagenprincipe ontdekt, die stelt dat de schijnbare objectieve wereld om ons heen alleen maar bestaat als het door ons wordt waargenomen, maar dat het uit elkaar valt als wij met onze waarneming stoppen. Dat heeft behoorlijke implicaties. Het veronderstelt niet alleen dat de werkelijkheid een illusie is, maar ook dat de interactie van de waarnemer een bewustzijnsactiviteit is waar wij op materieel, geestelijk subjectieve niveaus een beïnvloeding aan geven.

Vervolgens werd aangetoond dat er een intrinsieke verbondenheid bestaat van alle dingen in ruimte en tijd. Interacties tussen kwanta, het kleinste identificeerbare eenheden van materie-energie blijken te zijn verstrengeld wat wil zeggen dat er een connectie bestaat in de ruimte, die in oneindigheid overstijgend is. Toch werd pas in 2013 bevestigd dat het ook voor in tijd gesitueerde kwanta geldt. Het gemanifesteerde universum blijkt dus direct en tot een onlosmakelijk geheel te zijn verbonden. De hypothese die voortkomt uit de theorie dat ruimtetijd een verstrengelde kosmische matrix en tevens een holografisch medium is, waaruit dan weer blijkt dat alle informatie waarmee kwanta’s en systemen van kwanta’s gecreëerd worden, tegelijkertijd bestaan door alle ruimtetijd heen. Iedere verandering zal dan, gezien de gelijksoortige informatie, ook voor alle kwanta gelden. De holografische hypothese geeft fundament aan de stelling dat alle gebeurtenissen in ruimtetijd als een manifestatie van de fundamentele relaties in de diepe dimensie gezien kunnen worden, ook wel het diepere bewustzijn van Akasha genoemd. Deze diepe dimensie toont een integraal geheel aan, een holografische totaliteit die zonder ruimte en tijd existeert (zie voor een verdere uitleg eventueel het boek “Onsterfelijke Geest” van Ervin Laszlo en Anthony Peake).

Hierop voortbordurend kunnen we aannemen dat bewustzijn geen deel uitmaakt van de gemanifesteerde wereld om ons heen, maar een deel is van de niet-gemanifesteerde dimensie van de kosmos. Het concept van Akasha luidt dat bewustzijn een fundamenteel onderdeel is van de kosmos, maar geen onderdeel is van de waarneembare ruimtetijd. Als we hier een voorstelling van willen maken b.v. als de radio een lied laat horen van een muziekgroep die live speelt. Wanneer de radio wordt uitgezet, blijft de muziek natuurlijk doorgaan, ondanks dat wij het niet meer horen, want de band is niet gestopt met spelen. Deze analogie laat zien dat de diepe dimensie informatie ontvangt van de gemanifesteerde dimensie (onze veronderstelde werkelijkheid) en informeert op zijn beurt weer de gemanifesteerde wereld, of we het nu waarnemen of niet. In dit perspectief is de diepe dimensie een informatieveld of medium. Dan kunnen we concluderen dat deze dimensie een zelfstandig bewustzijn is die los kan staan van de ontvanger. Dit principe wordt eveneens in ons bewustzijn opgemerkt. Immers wij nemen ons bewustzijn niet waar, maar ervaren het. In het lager bewustzijn kunnen wij de diepere dimensie of het veld van Akasha ook niet waarnemen, want het is een verborgen dimensie, maar we kunnen het wel ervaren. Konden wij het wel waarnemen, dan zouden wij op een hoger niveau van bewustzijn terecht gekomen zijn en een geheel vormen met het kosmisch bewustzijn. Maar daarvoor is veel meer nodig zoals de aansturing van de geestelijke ontwikkeling, waarvan ik reeds in vorige blogs verhaald heb.

Hoe informeert het bewustzijn van de diepe dimensie de dingen in de gemanifesteerde wereld? Het lijkt niet logisch dat het fysieke aspect kan worden betrokken van een niet fysieke bron. Maar in het grensgebied waar kwantumfysica en neurowetenschap elkaar ontmoeten, wordt het een en ander verklaart. Een belangrijk concept komt van Roger Penrose, die in zijn Orchestreted Objective Reduction uiteenzet dat, bij elke natuurkundige kwantum-ineenstorting, een element van bewustzijn in ruimtetijd produceert. Als dat zo is, betekent het dat bewustzijn vanuit de diepe dimensie de gemanifesteerde wereld kan binnenkomen. Elk kwantum, elk atoom en elke multi-atomaire structuur, waar ook onze hersenen uit bestaan, worden geïnformeerd door de diepe dimensie. Deze informatie vindt plaats als gevolg van de gevoelige subneuronale structuren van onze hersenen voor fluctuaties op kwantumniveau. Daardoor kunnen we vaststellen dat bewustzijn een kosmisch verschijnsel is dat door de hersenen wordt ingebracht en uitgewerkt. Het is daarmee een kosmische dimensie en de hersenen zijn de lokale entiteit en ontvangende eenheid. Het sluit aan bij de opvatting van de genoemde wetenschappers Laszlo en Peake, dat zegt dat het menselijk bewustzijn een gelokalliseerde manifestatie is van het integrale bewustzijn wat we het universeel bewustzijn noemen, die in basisconcept lang geleden al door de wijsheid van de oostelijke tradities als Akasha was opgemerkt. In de filosofie waarvan de Lankavatara Sutra (uit Sri Lanka) getuigt, wordt de "causale dimensie" als echt, eeuwig en onveranderlijk gezien, dit in tegenstelling met onze gemanifesteerde wereld.